Bijdrage AB uitvoe­ringsplan KRW 2022-2027


4 oktober 2022

Dank u, voorzitter,

Volgens mijn fractie, de Partij voor de Dieren is het onverstandig wanneer het AB nu overgaat tot vaststelling van het uitvoeringsplan KRW-programma zo lang het uitgangspunt is, dat niet alle KRW-doelen in 2027 zullen worden behaald en de consequenties daarvan nog niet in beeld zijn. Volgens de PvdD-fractie kunnen we in dit stadium niet verder gaan dan kennis te nemen van het uitvoeringsplan en bij de evaluatie in 2024 de balans op te maken.

Ik heb in het AB meerdere malen gewaarschuwd dat het Wetterskip – en dan met name het DB en een deel van het AB – veel te luchthartig met de richtlijnen en de afspraken met betrekking tot de KRW omgaan. Daarom wil ik bij deze nogmaals en nu wat uitgebreider, ingaan op de risico’s, met name op het juridische terrein, die ons boven het hoofd hangen met betrekking tot de KRW, met dank aan het doortimmerde en goed onderbouwde uitzoekwerk van mijn fractie.

De Wet Verontreiniging Oppervlaktewateren (WVO), die vervallen is in 2009, kende een inspanningsverplichting; de Kaderrichtlijn Water kent een resultaatverplichting. De KRW is een verbetering van de WVO.

De KRW gaat over álle aspecten van waterkwaliteit: chemie (vervuilende stoffen in het water), ecologie (goede omstandigheden voor een divers planten- en dierenleven, voor grondwater en geschiktheid voor drinkwaterwinning. Ook stelt de KRW doelen voor specifiek beschermde gebieden, waaronder Natura 2000 en drinkwatergebieden.

De KRW is niet vrijblijvend en kent een resultaatverplichting: lidstaten moeten uiterlijk in 2027 de doelen voor schoon en gezond water hebben gehaald of op zijn minst alle maatregelen hebben genomen om dit mogelijk te maken. Bij het niet halen van deze doelen kan de Europese Commissie forse boetes opleggen. Maar mogelijk belangrijker dan boetes, is dat er rechtszaken kunnen worden aangespannen, zowel via het publieksrecht als via het privaatrecht. We hebben dat ook zien gebeuren bij bijvoorbeeld de PAS regeling. Volgens mijn fractie kunnen belanghebbenden (nu al) bij de bestuursrechter vergunningen (zoals grondwateronttrekkingen of lozingen) aanvechten, als een activiteit tot achteruitgang van de waterkwaliteit leidt of het KRW-doelbereik lastiger maakt. Langs deze weg kan ook de legitimiteit van de water(beheer)programma’s en stroomgebiedsbeheerplannen ter discussie worden gesteld als deze onvoldoende maatregelen bevatten om de KRW-doelen daadwerkelijk te halen. De kans op succesvolle rechtszaken neemt toe, nu het steeds duidelijker wordt dat de waterkwaliteit en kwantiteit achteruit gaat en de KRW-doelen naar verwachting niet overal gehaald gaan worden.

In 2019 voldeed geen enkel oppervlaktewaterlichaam in Nederland aan alle KRW-doelen. Het doelbereik in Nederland is veruit het laagste in de Europese Unie. Bovendien is de waterkwaliteit en -kwantiteit sinds 2009 zelfs achteruit gegaan, terwijl dat volgens de KRW juist verboden is.

Voor de komende planperiode [vanaf 2023] is vooral de implementatie van de KRW op grond van de Omgevingswet van belang. Die implementatie heeft plaatsgevonden in het Besluit Kwaliteit Leefomgeving. De doelen van de KRW (en Grondwaterrichtlijn en Richtlijn prioritaire stoffen) zijn 1-op-1 vastgelegd als omgevingswaarden in paragraaf 2.2.2 van het Besluit Kwaliteit Leefomgeving. In paragraaf 4.2.2 is vervolgens de koppeling gelegd tussen het behalen van de omgevingswaarden en het vaststellen van de waterbeheerprogramma’s door de waterschappen, de regionale waterprogramma’s door de provincie en het nationale waterprogramma door het Rijk. Daarmee worden de betreffende overheden verantwoordelijk voor het behalen van de doelen.

De waterschappen en het Rijk zijn verantwoordelijk voor het halen van de chemische en ecologische doelen voor de oppervlaktewaterlichamen waarvan zij beheerder zijn. De provincie is verantwoordelijk voor het behalen van de goede kwantitatieve toestand en goede chemische toestand van grondwaterlichamen en voor het ombuigen van stijgende trends in grondwaterlichamen. Rijk, waterschappen en provincie zijn daarnaast verantwoordelijk voor het voorkomen van achteruitgang van de toestand van oppervlaktewaterlichamen en grondwaterlichamen.

Voorzitter, ik hoop dat ik hiermee aan de overige leden van het bestuur duidelijk heb gemaakt welke risico’s we lopen wanneer we willens en wetens doorgaan op de ingeslagen weg. Ervan uitgaan dat Europa een en ander wel weer accordeert, is wishful thinking, zoals ook het geval is met de PAS regeling en de mestderogatie. Mijn fractie vindt dat onverantwoordelijk bestuur. Wij stemmen dus niet in met het voorliggende uitvoeringsplan.

Dank u.

Help mee aan een betere wereld

    Word lid Doneer